The Ugly: ‘Ik weet niet meer waar mijn stempas is’

Alfabet - Flickr.com, CC-licentie, Luc Blain

The Good, the Bad, the Ugly and the Unlucky: wanneer je kijkt naar de motieven van kiezers om bij verkiezingen weg te blijven kun je onderscheid maken tussen deze vier soorten niet-stemmers. In een eerdere blog schreef ik hoe ik voor mijn scriptieonderzoek op deze indeling ben gekomen. Voor een goed debat over het functioneren van een democratie en de betekenis van opkomstpercentages is het van belang dat deze verschillende motieven naar voren komen in de media. De komende tijd ben ik dieper ingegaan op deze vier typen niet-stemmers aan de hand van voorbeelden uit de media. Na the Goodthe Unluckythe Bad deze week the Ugly. Oftewel: onverschillige niet-stemmers die niet warm of koud worden van politiek.

Nonchalance

Zowel cynische- als onverschillige niet-stemmers hebben een lage politieke interesse. De groepen lijken op het eerste gezicht sterk op elkaar in hun motief, maar toch bestaat er een belangrijk verschil. De onverschillige niet-stemmer blijft van de stembus weg uit nonchalance, de cynicus uit wrok tegenover de politiek.

In Moordrecht bij Gouda, waar Wilders ook piekte, begrijpt ook Arshad (24) het succes van de PVV wel. Bij het Smulpaleis legt hij uit dat het dorp nogal kampt met Marokkaanse jeugd. ,,Misschien denken ze dat bij hem de oplossing ligt.” Zelf heeft hij niet gestemd. ,,Geen tijd gehad.” (Algemeen Dagblad, 6 juni 2009)

Technocratie is voor de meeste mensen altijd nog aantrekkelijker dan een sterke man. Maar de wervende kracht van onze democratieën is niet toegenomen sinds in de jaren 90 verkiezingen als strijd tussen tegengestelde wereldvisies zijn vervangen door een biedingsoorlog tussen rivaliserende managementteams. Het verontrustendste teken dat er iets mis is met westerse democratieën is de overal afnemende opkomst bij verkiezingen. Coggan noemt het ironisch dat die trend sterker werd juist toen de liberale democratieën de overwinning op het communisme mochten vieren. Voor steeds meer kiezers lijkt het niet meer de moeite te gaan stemmen. (NRC Handelsblad, 19 oktober 2013)

Maar onder de Marokkanen heerst ook groot politiek wantrouwen, zoals blijkt uit de lage opkomst bij verkiezingen: in 2007 kwam slechts 37 procent van de kiezers opdagen. In de twee weken voor het referendum is het cruciaal voor de oppositie en protestbewegingen om grote tegenstand te mobiliseren. In de afgelopen maanden slaagden protestbewegingen erin op het hoogtepunt 140.000 mensen op de been te krijgen. Maar met een bevolking waarvan 40 procent analfabeet is en die op tv eenzijdig geïnformeerd wordt over de nieuwe constitutie, lijkt dat moeilijk. (NRC Handelsblad, 20 juni 2011)

Nonchalance of onverschilligheid kan verschillende oorzaken hebben. Sommige van deze niet-stemmers hebben geen tijd gehad zich te verdiepen in de verschillende standpunten van partijen. Anderen zeggen dat de verkiezingsdatum niet weten of dat ze hun stempas kwijt zijn. Weer andere niet-stemmers zijn laaggeletterd en hebben moeite met partijprogramma’s lezen.

Waarom noem ik deze groep niet-stemmers the Ugly? Omdat ik onverschilligheid de lelijkste reden vind om thuis te blijven. Met een goed politiek verhaal zou een partij deze kiezers prima naar de stembus moeten kunnen bewegen. Toch gebeurt dat (nog) niet altijd. Tegelijkertijd is de onverschillige niet-stemmer het lastigste te herkennen. Want wanneer ben je onverschillig (een SCP-onderzoek spreekt van ‘onbekommerd’) en wanneer slaat dit om in cynisme?

Verkiezingsprogramma in eenvoudige taal

Hoe zou je de onverschillige niet-stemmer toch kunnen overtuigen om hun stem uit te brengen? Er spelen veel verschillende motieven bij deze niet-stemmers mee, maar één steekt er wat mij betreft bovenuit. In 2016 becijferde een rapport van de Algemene Rekenkamer dat zo’n 2,5 miljoen Nederlanders van boven de 18 jaar moeite hebben met taal en rekenen.

‘Moeite hebben’ is hier niet echt de juiste benaming voor dit probleem. Exacte cijfers ontbreken, maar het is zeer aannemelijk dat een groot deel van deze 2,5 miljoen laaggeletterden niet stemt bij verkiezingen. Voor hen is het lezen van een tekst uit een huis-aan-huisfolder van de gemeente al een te grote inspanning. Hoe kun je iemands interesse voor politiek wekken als hij of zij nog nooit een verkiezingsprogramma begrijpt of moeite heeft de toelichtingen van partijen bij de Stemwijzer?

Om laaggeletterden bij het politiek debat te betrekken pleit het College voor de Rechten van de Mens er voor een voorbeeld aan Duitsland te nemen. Meerdere politieke partijen stellen daar een verkiezingsprogramma in eenvoudige taal op. In Nederland gebeurt dit nog nauwelijks. Bij de Tweede Kamerverkiezingen vorig jaar publiceerden alleen D66 en de ChristenUnie speciale verkiezingsprogramma’s ‘in gewone taal’. Een zoektocht op Google leert dat alleen de ChristenUnie in Middelburg bij de komende gemeenteraadsverkiezingen zo’n verkiezingsprogramma heeft geschreven.

Een leesbare folder is natuurlijk een aardig begin, maar volstaat niet. Het zou betekenen dat alle lokale afdelingen van alle gemeenten in Nederland niet één, maar twee verkiezingsprogramma’s moeten schrijven.  Dat is een schijnoplossing. Volgens de Algemene Rekenkamer staat de ambitie van de betrokken ministeries achter bij de omvang van het probleem, terwijl in meer dan de helft van het land wachtlijsten zijn voor taalcursussen. In sommige regio’s werven gemeenten maar een paar maanden per jaar laaggeletterden omdat er onvoldoende budget is. Alleen met een flinke investering in taalcursussen – waar onder andere de MBO Raad voor pleit – kan laaggeletterdheid écht aangepakt worden. Dat op die manier de verkiezingsopkomst wordt vergroot, is alleen maar mooi meegenomen.

Alfabet – Flickr.com, CC-licentie, Luc Blain

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.