The Bad: ‘Het is toch allemaal één pot nat!’

Cynische jongeren - afbeelding van NOS op 3

The Good, the Bad, the Ugly and the Unlucky: wanneer je kijkt naar de motieven van kiezers om bij verkiezingen weg te blijven kun je onderscheid maken tussen deze vier soorten niet-stemmers. In een eerdere blog schreef ik hoe ik voor mijn scriptieonderzoek op deze indeling ben gekomen. Voor een goed debat over democratie en de betekenis van opkomstpercentages is het van belang dat deze verschillende motieven naar voren komen in de media. De komende tijd ga ik dieper in op deze vier typen niet-stemmers aan de hand van voorbeelden uit de media. Na the Goodthe Unlucky deze week the Bad. Oftewel: cynische niet-stemmers voor wie politiek ‘allemaal één pot nat’ is.

Cynische niet-stemmers in de media

Op het eerste gezicht voldoet deze groep aan alle clichés van de gedesillusioneerde boze burger met een groot wantrouwen naar de ‘elite’ in Den Haag. De cynische niet-stemmer volgt nauwelijks het nieuws, politiek laat hem/haar onverschillig en hij/zij komt al helemaal niet naar inspraakavonden van de gemeente. Juist vanwege het tegendraadse geluid dat deze kiezers vertolken geven media maar al te graag een podium aan de cynische niet-stemmer.

Mijn vriend heeft geen werk, mijn ouders kunnen de elektriciteit en de huur niet meer betalen. Iedereen heeft het moeilijk. En ik heb het helemaal gehad met de politiek. Ik ga ook niet stemmen. Ik geloof helemaal nergens meer in, heb geen enkel vertrouwen dat er iets gaat veranderen. (Trouw, 16 juni 2012)

Een groot deel van de kiezers die in 2002 op Fortuyn stemden hadden vier jaar eerder niet gestemd, bleek uit onderzoek. Ontevreden burgers zullen vaker politici steunen die extreme standpunten innemen en felle kritiek leveren op de regering. Maar dat al die woede ook daadwerkelijk wordt omgezet in stemgedrag is niet waarschijnlijk. De exit-optie is veel logischer voor deze boze kiezers. (Trouw, 2 maart 2009)

Ook in het onderstaande filmpje van NOS op 3 komen enkele cynische niet-stemmers voorbij.

Als je kijkt naar de demografische achtergrond van de burgers achter dit zwarte wereldbeeld maakt het Sociaal en Cultureel Planbureau onderscheid tussen twee groepen.

1. Oudere cynici: zij voelen weinig politieke betrokkenheid, zijn wel ontevreden maar nauwelijks geneigd tot protest. In deze
groep zitten geen jongeren en nauwelijks hoger opgeleiden.
2 Jongere cynici’: wat de geringe politieke betrokkenheid en activiteit aangaat en de negatieve waardering voor de politiek verschillen de jongeren niet van de eerste groep. Een belangrijk verschil is wel dat deze jongeren een veel grotere neiging tot protest bezitten. In deze groep zitten geen ouderen en ook nauwelijks hoger opgeleiden.

Het onderzoek uit 2002 suggereert dat ongeveer de helft van de niet-stemmers tot de jonge of oude cynici gerekend kan worden. In zestien jaar tijd kan er het nodige zijn veranderd. Bovendien richtte het SCP-onderzoek zich op niet-stemmers bij de Tweede Kamerverkiezingen. Bij de Europese Parlementsverkiezingen in 2014 lag de opkomst op 37,32 procent. Het is de vraag of de omvang van de groep cynische niet-stemmers hetzelfde is.

Voor Media schuilt er een gevaar in het eenzijdig portretteren van cynische niet-stemmers door ‘even’ een kort straatinterview te doen. Je doet cynici tekort door alleen hun ongenoegen te noteren en rechtstreeks te publiceren. Vaak speelt er meer mee dan scepsis over bijvoorbeeld de beloften die Tweede Kamerleden doen in verkiezingstijd. Er bestaat bijvoorbeeld een verschil tussen cynisme over politici en over de werking van de Nederlandse democratie an sich. Bovendien kunnen burgers die na veel wikken en wegen hun stem uitbrengen bij verkiezingen net zo goed met scepsis rondlopen. Enig wantrouwen naar politici die van alles beloven is alleen maar gezond.

Jongerencampagne

In de vorige delen van deze serie blogs eindigde ik met een conclusie hoe een deel van de kiezers uit de betreffende groep niet-stemmers toch naar de stembus kan worden bewogen. In het geval van de cynische niet-stemmers laat ik dat achterwege omdat er hier veel verschillende factoren meespelen. Wel kunnen we op basis van het beschikbare wetenschappelijke onderzoek het volgende constateren:

  • Een negatieve verkiezingscampagne leidt over het algemeen tot meer cynisme bij kiezers en heeft zo een demobiliserend effect. Dit leidt tot de vraag of campagnes in Nederland negatiever zijn dan vroeger. Politicologen Annemarie Walter (VU) en Wouter van der Brug (UvA) stellen van niet.
  • Lageropgeleiden zijn over het algemeen iets minder tevreden over het functioneren van de Nederlandse democratie dan hogeropgeleiden, tonen drie Nederlandse politicologen aan in het boek De wankele democratie. Tegelijkertijd fluctueert de tevredenheid ook. De kloof tussen hoger- en lageropgeleiden is over de afgelopen decennia bekeken ook niet eenduidig groter of kleiner geworden.
  • In datzelfde boek schrijven de onderzoekers: “Politieke onvrede hangt weliswaar enigszins samen met de beslissing om wel of niet te gaan stemmen, maar kan de dalende opkomst niet verklaren. Deze is eerder afhankelijk van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen zoals de afname van het besef dat gaan stemmen tot de burgerplichten behoort waardoor de vraag of er iets te stemmen valt steeds belangrijker wordt.”

Samengevat: voor politici ligt de taak om duidelijk te maken dat er iets te kiezen valt en waarom het voor de burger uitmaakt of partij A of partij B in de regering komt.

Gerelateerde blogs

Deel 1: veertig redenen om voor verkiezingen thuis te blijven

Deel 2: the Good – over de motivatie van politiek activistische niet-stemmers

Deel 3: the Unlucky – kiezers die wél willen, maar niet kunnen stemmen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.