Opkomst én uitslag gemeenteraadsverkiezingen lastig te voorspellen

Gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag in 2014. Foto: Patrick Rasenberg, Flickr.com, CC-licentie

Wat kunnen peilingen voor de Tweede Kamerverkiezingen zeggen over de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen? Nu de campagnes langzaam op stoom beginnen te komen en de peilingen van Maurice de Hond weer iedere week in de media opduikt, een terechte vraag. Politicoloog Tom Louwerse is de bedenker van de Peilingwijzer, een combinatie van de grootste peilingenbureaus samen. Hij geeft op Stuk Rood Vlees aan dat de landelijke peilingen mede door het verschil in de opkomst tussen de Tweede Kamer- en gemeenteraadsverkiezingen een vertekenend beeld kunnen geven van de uitslag.

Bij zo’n relatief lage lokale opkomst speelt de vraag of wel iedereen die in peilingen zijn landelijke voorkeur uitspreekt ook gaat stemmen voor de gemeenteraad. CDA’ers blijken keer op keer trouwe kiezers, zowel op lokaal als Europees niveau. Kiezers op ChristenUnie en SGP zijn dat weliswaar ook, maar dat effect wordt hier tenietgedaan doordat ze niet overal meedoen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 bleek al dat peilingbureaus nauwelijks voorspellingen kunnen doen over de opkomst.  Voorafgaand verwachtte Ipsos een stembusgang van slechts 43 procent. Uiteindelijk kwam 53 procent van de kiezers opdagen bij deze gemeenteraadsverkiezingen. Voor Peter Kloosterhuis van de NOS-redactie was dit aanleiding om peilingen over de opkomst te heroverwegen, meldde hij aan de Volkskrant: “Dat kan je blijkbaar niet goed peilen een of twee dagen van tevoren. Je weet ook niet of zo’n peiling de opkomst weer beïnvloedt. Dat moeten we misschien niet meer doen in de toekomst.”

Opkomstverhogend effect door raadgevend referendum?

Het is óók mogelijk dat de kiezersopkomst van de vorige gemeenteraadsverkiezingen juist wordt overtroffen. Op dezelfde dag wordt immers het raadplegend referendum over de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de zogeheten ‘sleepwet’).

Het is haast onvermijdelijk dat hierdoor Tweede Kamerleden zich in het campagnegedruis mengen om hun kiezers te overtuigen op 21 maart op hun partij én voor/tegen de sleepwet te gaan stemmen. Door de lokale verkiezingen te nationaliseren kan de opkomst hoger uitvallen. Iets vergelijkbaars zagen we in 2015 bij de Provinciale Statenverkiezingen. Door het toegenomen politieke belang van de Eerste Kamer trokken onder andere premier Rutte en vice-premier Asscher het land in om zoveel mogelijk stemmen voor hun provinciale partijen te trekken.

Opmerkelijk, want je kon hen niet vragen of de spoorweg tussen Veendam en het Stadskanaal moest worden doorgetrokken tot Emmen.

Er schuilt volgens Joop van Holsteyn, bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden, een gevaar in de strategie om lokale verkiezingen te nationaliseren. Uit cynisme over de bemoeienis van landelijke kopstukken kunnen sommige kiezers juist wegblijven van de stembus. Voor De Correspondent heb ik in 2015 met hem gesproken over de vraag of het nationaliseren van de Provinciale Statenverkiezingen een positief effect heeft op de opkomst.

Kom je de komende weken dus schreeuwerige berichten in de media tegen over een reusachtige winst of verlies van jouw partij in de peiling van Maurice de Hond? Keep calm and carry on, want alles is nog mogelijk. Laat je vooral niet ontmoedigen met campagne voeren en je kiezers informeren, want iedere partij kan nog dromen van de verkiezingswinst.

Foto: gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag in 2014. CC-licentie: Patrick Rasenberg, Flickr.com.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.