Trump bewijst: opkomst bepaalt (on)nauwkeurigheid van peilingen

Het is misschien wel de meest gestelde vraag na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van afgelopen week: waarom zaten de peilingen er zó ver naast? Op De Correspondent schreef Sanne Blauw het beste onderbouwde antwoord met zes mogelijke verklaringen.

Allereerst nuanceert zij het dominante frame dat alle peilingen de uitslag verkeerd voorspelden. FiveThirtyEight – de belangrijkste website met data van peilingen – schatte de kans op een overwinning van Trump op ongeveer 30 procent. Dit is ongeveer even groot als de kans op een penalty die mis gaat. Zoals Nederlanders maar al te goed weten is dat dus een reële kans.

“Trump bewijst: opkomst bepaalt (on)nauwkeurigheid van peilingen” verder lezen

Twee lessen over kiezersopkomst uit het Brexit-referendum

Naast de uitslag van het Brexit-referendum valt vooral het bijzonder hoge opkomstpercentage op. Welgeteld 72.2 procent van de kiezers maakte de gang naar het stembureau. Ook al klagen Britten uit het Remain-kamp dat zij door het slechte weer niet konden stemmen, alsnog was de kiezersopkomst de hoogste in de Britse parlementaire geschiedenis sinds 1992. Met ons referendum over het associatieverdrag met Oekraïne in het achterhoofd, vallen er twee lessen te leren uit deze ‘EU-referenda’. “Twee lessen over kiezersopkomst uit het Brexit-referendum” verder lezen